Klimaatverandering: een overzicht in vogelvlucht

In het onderstaande ga ik ervan uit dat je een concrete vraag hebt waarop je een antwoord zoekt door verschillende bronnen op internet met elkaar te vergelijken. Zonder een specifiek doel verdrink je letterlijk in de informatie. Iedereen weet dat er inmiddels veel meer informatie te vinden is dan een mens kan behappen, zelfs als hij zijn hele leven doorbrengt met het zoeken naar informatie.

Als gevolg hiervan is wat vroeger 'dorst naar kennis' werd genoemd sterk afgenomen. Daar komt nog bij dat heel van de informatie die op internet wordt aangeboden heel erg oppervlakkig is. En ook veel gebruikers zijn op zoek naar hapklare brokken die ook nog op een 'leuke' manier worden aangeboden. Dat mag dan op korte termjn grote entertainment waarde hebben, maar op den duur bevredigt het niet. Echte nieuwsgierigheid gaat daardoor nog meer achteruit.

Daarbovenop komt dan nog de twijfel of de informatie wel betrouwbaar is. Het marketing denken is tot in alle lagen van de bevolking doogedrongen. Iedereen is wel op de een of andere manier bezig zijn 'eigen merk' te promoten. Iedereen weet van elkaar dat we meestal niet 'zomaar' informatie geven uit belangeloze 'liefde tot de waarheid' (om opnieuw een ouderwetse term te gebruiken) maar meestal vanuit een berekening welk effect we daarmee beogen - zelfs als we op zich nog wel proberen geen onwaarheden te spreken.

Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in de gevetigde instituties (overheid, wetenschap,bedrijfsleven) sterk af. Hetzij doordat ze zich steeds minder weten te gedragen , hetzij omdat er steeds meer schandalen en leugens aan het licht komen doordat informatie zich steeds sneller verspreidt.

Daardoor is er bij velen absoluut geen vertrouwen meer dat de informatie in de media nog maar iets met de werkelijkheid te maken heeft. Dat is een direct gevaar voor de democratie. Hoe kunnen burgers nog misstanden aan de kaak stellen als ze niet eens meer vertrouwen kunnen hebben dat ze achter de waarheid kunnen komen? Met president Trump lijkt het punt te worden bereikt dat politici niet alleen de waarheid lichtelijk verdraaien, maar zich zelfs helemaal niets meer van de feiten hoeven aan te trekken. Alles wat je hoeft te doen is verkondigen dat alles wat in de media gezegd wordt fakenieuws is en je kunt zomaar wegkomen met de grootste leugens. Voor veel mensen heeft dat een enorm voordeel: zij hoeven zich ook niet te bekommeren om feiten, logica en zorgvuldig redeneren maar kunnen gewoon alles geloven waar ze zin in hebben. De waarheid bestaat toch niet. Iedere gewenste visie is wel ergens op internet te vinden.

Met dit artikel onderneem ik een poging het tij te keren. Ik probeer aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is dichter bij de waarheid te komen door verschillende visies kritisch met elkaar te vergelijken. Zelfs wanneer deze tegenstrijdige feiten geven. Zelfs wanneer we geen deskundige zijn, en zelfs als veel informatie niet geheel betrouwbaar is, kun je een gevoel krijgen voor wat wel en niet klopt door vragen te stellen zoals: wie laat stelselmatig feiten en argumenten van de tegenstander onbeantwoord? Wiens logica is het meest intern consistent? Berust de logica op onbewezen aannames?

Daarbij ga ik ervan uit dat we op dit moment niet in een samenleving leven waarin de feiten op Noord-Koreaanse wijze wordt onderdrukt. Dat is ook niet nodig voor gevestigde belangen om de meeste mensen te kunnen manipuleren. Mensen worden vooral domgehouden met entertainment, en er is sowieso zo'n overkill aan informatie dat iedereen al het gevoel heeft dat hij erin verdrinkt. En niemand lijkt tijd te hebben om zich echt ergens in te verdiepen.

Met dat laatste raken we een pijnlijk punt: als we iets echt willen begrijpen dan zullen we er wel tijd in moeten steken. Hoe moeilijk dat ook lijkt voor de meeste mensen, zonder dat gaat het niet. Dit artikel biedt een rigoreus plan van aanpak om een concrete vraag van alle kanten te bekijken door actief tegenstrijdige visies op te zoeken (en vooral op zoek te gaan naar visies die je zelf niet wilt horen) en deze systematisch te vergelijken. Dit kan overdreven lijken en irritatie opwekken, omdat we natuurlijk geen tijd hebben dit met iedere vraag te doen. Ik ben er echter van overtuigd dat als je de procedure die hieronder volgt een aantal keren volgt, je de vaardigheden van kritisch denken na verloop van tijd intuitief gaat toepassen. Als je er daarnaast ook nog de gewoonte van maakt te denken dat iets wat je niet graag wilt horen toch waar kan zijn, dan weet ik zeker dat je na verloop van tijd een scherpe kritische geest ontwikkelt.

De procedure.

A: een duidelijke onderzoeksvraag

Het beste is te werken met vragen die specifiek en concreet zijn en waar in principe een eenduidig feitelijk antwoord mogelijk is. Vragen zoals: hoe ernstig zijn de gevolgen van de kernramp in Fukushima? Was de recente poging tot staatsgreep in Turkije door Erdogan georchestreerd? Een concrete vraag geeft je het gevoel dat je met een duidelijk doel aan het onderzoeken bent, zodat je minder snel in de informatie 'verdrinkt'. Als je diep genoeg op deze ene vraag ingaat, dan kom je vanzelf wel in aanraking een veel breder spectrum aan informatie.

B: Zoek minstens 10 artikelen en selecteer er daarvan 2

Probeer eerst 10 artikelen over het onderwerp bij elkaar te zoeken. In het tijdperk van google zal dat de meeste mensen niet veel moeite kosten. Ben je er daarbij wel van bewust dat de aard van de artikelen die je gaat vinden afhangt van het type seach string dat je invoert. Wanneer je bijvoorbeeld Fukushima+Pacific+disaster intoetst, dan zul je waarschijnlijk snel uitkomen bij artikelen die suggereren dat al het leven in de Pacific op het punt staat te verwijnen. Toets je daarentegen Fukushima+hoax in, dan kom je waarschijnlijk uit bij artikelen die beweren dat er nauwelijks schadelijke effecten zijn. Aangezien we hier bezig zijn tegenstrijdige visies te vergelijken, is het uiteraard de bedoeling dat we voor beide posities artikelen vinden. Zoek vooral intensief naar artikelen die dingen zeggen die je niet graag wilt horen.

Lees nu de artikelen vluchtig door. Selecteer er twee waarin beide tegenstrijdige posities zo uitgebreid mogelijk beargumenteerd worden. Kun je dit niet vinden in de eerste 10 artikelen, zoek dan net zolang verder tot je deze 2 artikelen wel gevonden hebt. Deze twee artikelen vormen nu de basis van je analyse. Maak ook een grove indeling van de andere artikelen. Welke ondersteunen de ene visie en welke de andere, en welke nemen een middenpositie in?

C: Noteer de ‘feiten’ en ‘waarschijnlijkheden’ in beide visies

Lees nu het eerste artikel aandachtig drie keer door. Noteer alle argumenten die worden gebruikt om het standpunt te onderbouwen. Maak daarbij onderscheid tussen alles wat volgens het artikel een feit is (of een waarschijnlijkheid) en alles wat geen feit of waarschijnlijkheid is: waardeopvattingen, interpretaties van iemands intenties, toekomstverwachtingen, suggestief gebruik van taal etc. Later komen we nog uitgebreid op dit niet-feiten gedeelte terug.

Nu gaan we eerst kijken naar de 'feiten'. Zet alleereerst een 'F' van feit bij alles wat door de auteur als een absolute zekerheid wordt neergezet, en een 'W' van waarschijnlijk bij alles wat slechts als een waarschijnlijkheid wordt gezien.

D: Check de logica van beide artikelen

Allereerst kijken we naar de logische consistentie. Vraag je zelf af, ALS alle feiten en waarschijnlijkheden die worden genoemd waar zijn, volgt daar dan vanzelfsprekend uit dat de conclusie eveneens waar moet zijn. Wanneer dit zo is, dan is dit uiteraard geen bewijs dat de conslusie waar is: de aannames waarop de conclusie gebaseerd zijn kunnen immers onjuist zijn. Aan de andere kant moet een gebrek aan logische consistentie wel alle alarmlichten laten aangaan. Het is een zeer sterke aanwijzing dat de auteur bevooroordeeld is, te sterk door emoties wordt geleid, of wellicht iets te verbergen heeft. In het voorbeeld van Fukushima is het bijvoorbeeld mogelijk dat de auteur meldt dat de radio-actieve straling in de Pacific is verdubbeld, en dat het aantal dolfijnen is gehalveerd. Hij levert echter geen onderbouwing in de vorm van een wetenschappelijk onderzoek over de vraag hoeveel straling sterfte van dolfijnen tot gevolg kan hebben. De sterfte van dolfijnen kan ook een andere oorzaak hebben, bijvoorbeeld de opwarming van de aarde. Bovendien is niet onderzocht of de Franse kernproeven in de Pacific in de jaren zestig niet evenveel of meer straling verspreidden, en of dit toen ook verhoogde sterfte van dolfijnen tot gevolg had.

Wanneer je een gebrek aanlogische consistentie hebt geconstateerd, vraag je dan af welke fictieve omstandigheden er nog meer waar zouden moeten zijn om de conclusie te laten 'kloppen'. In ons voorbeeld kan dat bijvoorbeeld zijn dat er een wetenschappelijke studie ligt waarin het verband tussen radio-actieve straling en dolfijnsterfte wordt aangetoond. Maak van de vraag of die fictieve omstandigheid waar zou kunnen zijn een aparte onderzoeksvraag. Let in de andere artikelen die je tegenkomt extra op of je hierover iets tegenkomt.

Vraag je ook af of het uberhaupt wel mogelijk is voor de conclusie een absoluut bewijs te vinden. Zo niet, welke omstandigheden zouden volgens jou de conclusie zo waarschijnlijk mogelijk maken? Als je geen mogelijkheid ziet de conclusie overtuigend te bewijzen, vraag je dan ook af wat voor consequentie dit zou hebben voor ons handelen. Hoe moet het bijvoorbeeld verder met kernenergie als we niet met zekerheid kunnen zeggen wat de gevolgen zijn van radio-actieve lekkages op de langere termijn?

(evt toevoegen: link naar een lijst met logische redeneerfouten)

E: Check wat je zelf geneigd bent te geloven en graag gelooft

Nadat we op deze manier de logische consistentie van het artikel hebben gecontroleerd, gaan we onderzoeken in hoeverre de feiten op zichzelf onderbouwd worden. Loop de lijst feiten en waarschijnlijkheden eerst door. Zet een kruisje achter de feiten en waarschijnlijkheden die je intuitief geneigd ben te geloven. Zet daarna een ander teken (bijvoorbeeld een cirkeltje?) achter die feiten en waarschijnlijkheden die je graag wilt horen. Ga na of je de neiging hebt achter dezelfde feiten zowel een kruisje als een cirkeltje te zetten. Als dat het geval is, span je dan tot het uiterste in om de feiten waar noch een kruisje, nog een cirkeltje achter staat serieus te nemen.

F: Check in hoeverre de feiten onderbouwd worden

Loop vervolgens weer je hele lijstje langs, en noteer bij ieder door de auteur aangevoerd feit of er verder een onderbouwing voor wordt gegeven, bijvoorbeeld in de vorm van een bronvermelding. Ontbreekt deze onderbouwing, vraag je dan alleereerst of het gaat om iets dat zodanig algemeen bekend mag worden dat dit verder niet nodig is. Bijvoorbeeld het feit dat kerncentrale radio-actieve straling veroorzaken. Is dit niet het geval, noteer het 'feit'dan als een onuitgesproken aanname. Vraag je vervolgens af wat voor consequenties het zou hebben op het totaalbeeld als deze onuitgesproken aanname niet waar zou zijn. Welke aannames zouden, als ze niet waar zouden zijn, de conclusie van de auteur volledig onderuit halen? Als het belangrijke consequenties zou hebben, maak van het onderzoek naar deze aanname dan een aparte onderzoeksvraag. Noteer deze op je lijstje onderzoeksvragen. Wanneer bijvoorbeeld de bewering dat het aantal dolfijnen in de Pacific is gehalveerd niet wordt onderbouwd, ga dan googelen over het aantal dolfijnen in de Pacific.

G: welke informatie ontbreekt er?

Vraag je vervolgens actief af welke informatie ontbreekt. Zelfs als alles wat gezegd wordt waar is, en zelfs als de logica volledig consistent is, zijn er dan toch omstandigheden denkbaar die tot een volledig andere conclusie leiden? Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de afneme van het aantal dolfijnen is veroorzaakt door de opwarming van de oceanen als gevolg van klimaatverandering. En dat de effecten van het radioactieve straling zijn getest op een andere soort dolfijnen dan de soort die in de Pacific rondzwemt.

Volg nu dezelfde procedure van punt C tm G voor het andere artikel

H: Maak een samenvatting van de zwakke punten in elk artikel

Schrijf voor beide artikelen in het kort op hoe ze scoren op logische consistentie, onbewezen aannames en ontbrekende informatie (punt D, F en G). Als het goed is heb je nu voor beide artikelen een lijst

  • feiten en waarschijnlijkheden

  • logische inconsistenties

  • onbewezen aannames

  • ontbrekende informatie (omstandigheden die niet genoemd worden maar dit het totale beeld zouden kunnen veranderen)

  • verdere onderzoeksvragen die hieruit voortkomen

I: Betrek de overige artikelen erbij. Maak een grove indeling tussen de artikelen die het ene standpunt ondersteunen en artikelen die het andere ondersteunen. Voeg alles wat een nieuw licht kan werpen op de zaak toe aan de 5 lijsten.

J: Waarover is iedereen het eens?

Vervolgens ga je noteren over welke feiten alle artikelen het eens zijn. Dit is iets wat we normaal gesproken niet interessant vinden. We zijn veel meer geinteresseerd in de controverse, vaak vanuit een sterk emotionele bevooroordeeldheid waarin we ons aangetrokken voelen tot de ene mening een een afkeer van de andere. Het kan in een discussie zelfs voorkomen dat twee partijen het qua feiten met elkaar eens zijn, maar toch slaande ruzie krijgen omdat ze beide een verschillend aspect willen benadrukken, en elkaar verwijten dat ze een ander punt benadrukken. Het conflict gaat dan in feite over een verschil in waardeopvattingen, maar toch hebben beide partijen de volle overtuiging dat de andere partij de feiten niet goed kent of probeert te verdoezelen.

Een ‘saaie’analyse waar beide partijen het over eens zijn maakt niet alleen duidelijk dat de geschilpunten vaak niet zo groot zijn als het lijkt, het vergroot ook de kans (zonder zekerheid te bieden!) dat deze feiten waar zijn. Het is belangrijk dat je even rustig de tijd neemt om je in te prenten op over welke omstandigheden er overeenstemming bestaat. En dat dit de kans vergroot dat dit de waarheid is.

Toch moet je je ook over feiten waarover consensus afvragen of ze goed onderbouwd zijn, en of er omstandigheden denkbaar zijn die de zekerheid daarover onderuit zouden kunnen halen. Vraag je ook af of er een bepaald taboe heerst op het idee dat het feit niet waar zou kunnen zijn. Of beide partijen misschien een gemeenschappelijk belang hebben bij het geloof in dit feit, en of er misschien anderen zijn die geneigd zijn hier anders over te denken.

K: Welke feiten worden door de andere partij niet benoemd?

Nu gaan we analyseren welke feiten en waarschijnlijkheden die in de ene groep vermeld worden door de andere partij in het geheel niet genoemd worden. Telkens wanneer we dit tegenkomen, is dit uitereaard iets wat alle alarmlichten af moet laten gaan. Vaak gaan we echter daarin juist te ver, vooral als we emotioneel bevooroordeeld zijn. Zodra een artikel van onze tegenstanders ook maar een feit onvermeld laat, dan concluderen we gelijk dat er helemaal niets deugt van de analyse, en vaak ook dat de schrijver vaak door uiterst bedenkelijke motieven geleid wordt. Daarom is het zo belangrijk deze analyse op alle artikelen toe te passen, juist ook op de artikelen waar we het mee eens zijn.

We maken dus voor beide groepen artikelen een lijst onbeantwoorde feiten en waarschijnlijkheden. Ten aanzien ieder item op deze lijst moeten we ons twee dingen afvragen:

  • als het feit waar is, zou dit dan de conclusie van de partij die het niet vermeld onderuit halen?

  • Hoe goed is het feit dat genoemd wordt onderbouwd. Zijn er omstandigheden denkbaar waaronder het niet waar zou kunnen zijn?


L: Wanneer spreken beide partijen elkaar rechtstreeks tegen?

Wanneer de ene partij zegt dat de radio-activiteit sterk is toegenomen en de andere geheel ontkent dat dit het geval is, dan heb je een situatie dat beide partijen in een eigen werkelijkheid leven. Uiteraard is het van belang van ieder punt waarop dit het geval is een aparte onderzoeksvraag te maken.

M: Analyseer alle elementen in beide artikelen die geen feit of waarschijnlijkheid zijn

Uiteraard gaan meningsverschillen doorgaans niet alleen maar, en zelfs niet hoofdzakelijk, over verschil van inzicht over de feiten. Een zekere consensus over de feiten vormt echter wel een noodzakelijke basis om een discussie te kunnen voeren. Wanneer dit geheel ontbreekt, dan leven we in gescheiden werelden.

Niettemin, hoe belangrijk het in dit tijdperk van ‘feitenvrije politiek’ ook is om de feiten helder te hebben, we kunnen er niet onderuit dat in veel gevallen

1: de feiten zich niet eenduidig vast laten stellen. Dat is zeker het geval bij toekomstverwachtingen, en bij onze ideeën over de intenties vanuit welke bepaalde personen handelen

2: we er vaak niet onderuit komen te discussieren over zaken die zich niet feitelijk laten vaststellen

3: maatschappelijke discussies meestal vooral gaan over waardeopvattingen, niet over feiten. Volg maar eens een discussie over racisme en integratie, gender-issues, ongelijke inkomensverdeling, of de vraag welke partij de ‘schuld’ heeft aan een gewapend conflict. De suggestie dat zo’n discussie alleen over de feiten zou kunnen gaan is even misleidend als de suggestie dat we het ons zouden kunnen veroorloven de feiten terzijde te schuiven.

Alle ‘niet-feitelijke’ elementen in een artikel zou je als ‘storende ruis’ kunnen opvatten, maar alleen voor zover ons doel zich beperkt tot het achterhalen van de feiten. Veel van wat op internet wordt geschreven heeft niet uitsluitend een wetenschappelijk doel en dat is ook volkomen legitiem.

Hier volgt een korte lijst van de ‘niet-feitelijke’ elementen in iedere discussie

I: Waardeopvattingen:

De hele discussie over de vraag wat de gevolgen van de Fukushima ramp zijn voor de Pacific, heeft natuurlijk als achtergrond de vraag: Is het een aanvaardbaar risico om door te gaan met kernenergie gezien de vele risico’s?

Zodra we hierover gaan nadenken, komen we vanzelf terecht bij een veel groter aantal vragen, die betrekken hebben op een veel groter scala aan ‘feiten’ dan we tot nu toe onderzocht hebben. Wat is bijvoorbeeld de kans dat een ramp als Fukushima opnieuw plaatsvindt? Hoe groot zijn de risico’s van kernenergie in vergelijking met de risico’s van klimaatverandering? Kunnen we de emissies van broeikasgassen snel genoeg terugbrengen zonder kernenergie? Kan kernenergie helpen ‘arme landen’ uit de armoede te helpen. Etc, etc, etc...

Elke partij in een debat heeft de neiging juist die feiten goed ‘op een rijtje’ te hebben die in de eigen kraam te pas komen, en de tegenpartij te beschuldigen deze feiten te ontkennen. Bij ‘eerlijk nadenken’over maatschappelijke vragen is het dus van belang om je structureel af te vragen hoe

  • de ‘feiten’die je kent passen in de grotere context

  • over welke feiten je minder kennis hebt

  • of je, vanuit je eigen waardeopvattingen, misschien een motief hebt om je hier minder in te verdiepen

We gaan nu beide ‘groepen artikelen’ analyseren op verschillen in waardeopvattingen. Vraag je achtereenvolgens af

  • welk ‘motief’ zouden de schrijvers kunnen hebben voor het artikel los van weergave van de feiten?

  • In hoeverre zijn ze hier expliciet over? Als ze hier niet expliciet over zijn, waar komt dat mijn mening over hun motieven vandaan?

  • Welk verschil in waardeopvatting zit er achter de verschillende motieven van beide auteurs? Is er ook sprake van verschillende belangen als gevolg van een verschillende maatschappelijke positie (m.a.w. werkt de ene auteur die over Fukushima schrijft voor een kerncentrale en de andere voor een milieugroep?)

  • In hoeverre kunnen die verschillende waardeopvattingen leiden tot verschillende gevolgtrekkingen, zelfs als men het eens is over de feiten

II: Het relatieve gewicht van feiten

Vraag je vervolgens af in hoeverre de verschillen in waardeopvattingen tot gevolg hebben dat bepaalde feiten belangrijker gevonden worden dan andere. Zo kan de ene partij benadrukken dat de radio-activieteit in de Pacific verhoogd is, en de andere dat dit volgens bepaalde criteria geen ‘gevaarlijke’ dosis is. Het belang van beide feiten hangt voor een groot deel af van waardeopvattingen over welke risico’s acceptabel zijn.

III: Het ‘grijze gebied’ en toekomstverwachtingen

Er is ook altijd een groot aantal gebieden waarop de feiten niet duidelijk zijn. Een van de belangrijkste grijze gebieden is de toekomst. Hierover kunnen we per definitie niet praten in termen van feiten, hooguit in termen van waarschijnlijkheden. Analyseer nu welke zaken in deze discussie tot dit grijze gebied horen waarop de feiten niet duidelijk zijn. Ga vervolgens na hoe verschillende waardeopvattingen en motieven ertoe kunnen leiden dat we dit ‘grijze gebied’ verschillend beoordelen.

In het geval van klimaatverandering is het bijvoorbeeld niet zeker hoe catastrofaal de gevolgen in de toekomst zullen zijn – al is het wel zeker dat het nu al catastrofale gevolgen heeft, en vrijwel zeker dat er meer catastrofale gevolgen zullen komen als de temperatuur nog verder stijgt. De onzekerheid bestaat dus eigenlijk alleen nog maar over verschillende gradaties van catastrofaal.

De voor en tegenstanders van snellere aanpak van klimaatverandering beoordelen deze onzekerheid op verschillende wijze. De ene partij zal benadrukken dat het mogelijk nog meevalt, de andere partij dat het mogelijk nog veel erger is dan we al denken. Nog grotere onenigheid is dan mogelijk over de vraag welke conclusies je hieruit moet trekken. De voorstanders van snellere aanpak zullen erop wijzen dat wanneer er een brug wordt gebouwd die een kans op instorten heeft van 1 op 10.000, dit een onaanvaardbaar hoog risico is. Toch aanvaarden we een nog veel grotere kans op catastrofale klimaatverandeirng voor de hele planeet.

IV: Framing:

Een ander aspect waar je rekening mee moet houden zijn verschillen in ‘framing’ Dezelfde feiten kunnen een heel andere indruk maken als gevolg van de woorden die worden gebruikt. Laten we als voorbeeld nemen de onthoofding van de koning van Frankrijk in 1793. Een enthousiaste revolutionair zou dit bijvoorbeeld als volgt onder woorden kunnen brengen

‘Burger Capet is hedenmorgen in naam van het Franse volk terechtgesteld’

Terwijl een verstokte royalist waarschijnlijk eerder zou zeggen

‘Zijne Majesteit koning Louis XVI is door het gepeupel vermoord!’

Analyseer nu in hoeverre in beide artikelen een verschillend beeld wordt opgewekt als gevolg van de woordkeus. Betrek daarin ook hoe er op andere manieren op emoties wordt ingespeeld. In ons voorbeeld van Fukushima zou een voorbeeld kunnen zijn, een foto van dode vissen die aan land is aangespoeld.

V: Veronderstellingen over persoonlijke motieven.

Onze ideeën over de motieven deze of gene drijft kunnen we moeilijk als feit zien, omdat we nu eenmaal niet in iemands geest kunnen kijken. Toch kunnen we bij maatschappelijke discussies er niet onderuit het daar over te hebben. Zelfs bij een ‘feitelijke’ vraag als de gevolgen van de Fukushima ramp is de vraag van belang door welke motieven wetenschappelijke onderzoekers naar de gevolgen gedreven worden.

Complicerende factor is dat er wel degelijk feiten bestaan waaruit je de motieven van actoren zou kunnen afleiden. In ons voorbeeld zou dat bij voorbeeld de omstandigheid zijn dat een bepaald onderzoek over de gevolgen van Fukushima is gefinancierd door een lobbygroep die pleit voor meer kernenergie. In rechtszaken is het van het allergrootste belang via dit soort indirecte methodes de motieven van een verdachte te kunnen achterhalen. Ook in andere discussies is het van belang van een zo onpartijdig mogelijke beoordeling om dit soort feiten te kennen. Hoezeer het ook waar is dat ze vaak op demagogische wijze worden ingezet.

Het is verbazingwekkend op hoeveel verschillende manieren je de motieven van een persoon kunt beoordelen, zelfs op basis van dezelfde feiten. Religieuze sekten slagen er bijvoorbeeld altijd in een nobele verklaring te vinden voor iedere handeling van de guru, hoe pervers of misdadig die ook mogen zijn. Aan de andere kant is het vrijwel altijd mogelijk een egoistisch motief te vinden voor een ogenschijnlijk nobele daad.

Vrijwel niemand zal in deze tijd de neiging hebben de meeste motieven van een partij als uitsluitend nobel te beoordelen. Van de andere kant slaagt ook vrijwel niemand er in consequent alleen maar cynisch te zijn. Iedereen heeft een andere doubt-trust ration. Wat echter van belang is als we een scherpe geest willen houden is niet waar onze doubt-trust ratio ligt, maar dat we ons actief inspannen om op verschillende manieren naar de motieven van actoren te kijken. Probeer eerst alle handelingen van partij A positief te beoordelen en die van partij B als negatief. Keer dat daarna om. Probeer vervolgens beide partijen als slecht te zien, of beide als goed. Vraag je daarbij steeds af: wat zou ik onder deze omstandigheden gedaan hebben?

Nadat we dat gedaan hebben, rest ons niets anders dan intuitief een oordeel te vormen over de motieven van de betrokkenen.

N: De zaak breder trekken

Nadat we stap voor stap al deze onderzoeksvragen hebben doorlopen, kunnen we ervoor kiezen nog meer informatie over dezelfde vraag te gaan zoeken. Inmiddels weten we zoveel van het onderwerp, dat we met snel diagonaal doorlezen van nieuwe informatie er snel achter kunnen komen of deze een nieuw licht op de zaak werpt. Op een gegeven moment komt er een punt dat je het gevoel krijgt dat verder zoeken over dit onderwerp weinig zin heeft.

Op dat moment kunnen we de verschillende onderzoeksvragen die onze analyse heeft opgeleverd, het onderwerp worden van een geheel nieuw onderzoek, waarbij we alle bovengenoemde stappen opnieuw doorlopen. Dit kan helpen onze kennis over de oorspronkelijke onderzoeksvraag aan te scherpen.

Probleem is natuurlijk dat ieder nieuw onderzoek weer nieuwe onderzoeksvragen oproept. Alles hangt wel op de een of andere manier met andere dingen samen. Ons leven in helaas niet lang genoeg om alle zaken vanuit een 100% ‘holistisch’ perspectief te benaderen.

Ieder probleem van enige omvang heeft al zoveel deelaspecten dat het onwerkbaar is. Kijk alleen maar naar het klimaatprobleem. Dit is in de eerste plaats in te delen in de deelonderwerpen: de oorzaken, de (mogelijke) gevolgen, de oplossingen, en allerlei factoren die een oplossing in de weg staat. Elk van deze hoofdbestanddelen heeft weer een oneindig aantal deelaspecten: de vraag hoeveel warmte CO2 nu precies vasthoudt; hoe groot de kans is dat het Amazone regenwoud gaat uitrdrogen; hoe lang we de gevolgen van zeespiegelstijging kunnen opvangen door de dijken te verhogen; hoe we het probleem oplossen dat zon en wind niet altijd evenveel energie leveren, terwijl we deze wel altijd nodig hebben; op wat voor manieren fossiele maatschappijen de publieke opinie beinvloeden. En over elk van deze deelaspecten kun je weer een oneindig aantal onderzoeksvragen formuleren.

Een overvloed aan kennis over een deelaspect kan ons blind maken voor het ‘grote plaatje’. Anderzijds is kennis van het ‘grote plaatje’ zoals dat in de media gepresenteerd wordt van beperkte waarden zolang je niet kritisch kijkt naar de feiten en aannames waarop dit plaatje gebaseerd is. En om die kritisch te onderzoeken moet je weer afdalen naar deelaspecten. Hierbij is er een steeds groter niveau van detail waarop je de zaak kunt onderzoeken.

We hebben zowel het een als het andere nodig. Aan de ene kant het vermogen een zeer grote hoeveelheid informatie over een zeer breed gebied oppervlakkig door te nemen, en ons zo intuitief een ‘beeld’ te vormen van het probleem. Van daaruit kunnen we bepaalde cruciale vragen stellen. Dit kan aanleiding zijn voor een onderzoek op ‘detailniveau’ waarbij we een voor een alle stappen doorlopen zoals hierboven beschreven.

Helaas is ons leven niet lang genoeg om dat voor alle onderzoeksvragen adequaat te doen. Op een gegeven moment kunnen we niet anders dan ‘intuitief’ een oordeel te vellen over een vraag als: moeten we nu doorgaan met kernenergie, ja of nee’.

Daarbij is niet van belang dat ons antwoord ‘prefect’ is. Wanneer je jezelf betrapt op de overtuiging dat je alles perfect onderzocht hebt, dan is dat juist iets wat alle alarmbellen moet laten rinkelen. Het is trouwens ook alleen maar leuk wanneer we nog iets overhouden waarover we het oneens kunnen zijn.

Wat wel van belang is, is dat we onze geest trainen in de vaardigheden van kritisch denken. Hoewel het overdreven is de hele bovenstaande procedure in detail te volgen voor alle vragen die bij ons opkomen, is het wel goed dit te doen voor een aantal cruciale vragen die heel erg belangrijk voor ons zijn en die ook sterke emoties bij ons oproepen. Op die manier worden de vaardigheden van kritisch denken een onderdeel van onze geest. We zullen deze dan ook intuitief toepassen wanneer we minder tijd hebben een probleem ‘van alle kanten’ te bekijken.